het 25ste uur van Virgil Gheorghiu

Virgil Gheorghiu is een schrijver die een boek schreef dat de merkwaardige titel ‘Het vijfentwintigste Uur‘ heeft.. Het uit het Frans vertaalde boek handelt over een Roemeense boerenzoon, Johann Moritz, die in de Tweede Wereldoorlog de pech heeft om steeds aan de verkeerde kant te staan van het prikkeldraad. Hij is, ik zeg het met enige ironie, een soort van sukkel die steeds weer gepakt wordt. Eerst wordt hij voor Jood aangezien, een ‘beschuldiging’ waar hij maar niet van af komt en verder op in het boek wordt hij vervolgd omdat hij een nazi zou zijn. Dat laatste overkomt hem na de oorlog in één der Duitse interneringskampen voor al dan niet vermeende nazistische oorlogsmisdadigers. Gelazer alom, en als simpele ziel lijdt hij verschrikkelijk onder de tortuur die hem wordt aangedaan. Ik vertel er hier over omdat ik het ben gaan lezen, na het voor €4,50 inclusief verzendkosten, antiquarisch te hebben aangeschaft, daar één van mijn klanten tijdens de opname van het interview ‘van zijn leven’ er over begon. Hij vertelde erover toen ik hem expliciet naar een boek had gevraagd dat veel indruk op hem heeft gemaakt. De man, die ik Wim zal noemen, is een fantastisch leraar, een verwoede lezer en ook … een fanatiek aanhanger van AZ (maar dat terzijde). Zo is het toch geweldig dat een boek dat (in 1967) zelfs verfilmd is met Anthony Quinn onder de Franse titel La vingt-cinquième heure, opduikt bij de prachtinterviews (ik kan niet anders zeggen) die ik mag filmen. Ik ben nu dus inderdaad ook dat boek aan het lezen en vind het (ik moet nog een pagina of 60 lezen) langdradig, maar ben wél onder de indruk van hoe zwaar en onmenselijk ook de geallieerden omgingen met die duizenden en nog eens duizenden verdachten, die om de één of andere reden nog rond 1946 vast zaten op verdenking van oorlogsmisdaden. Uiteraard zaten er ook onschuldige mannen en vrouwen bij. Het boek heeft een wat cynische ondertoon door min of meer te stellen dat er geen rechtvaardigheid bestaat en elke staat (dus ook de geallieerde staten) systematisch onschuldigen bestraffen kan door zich op wetten en regelmatigheden te beroepen. Nu schiet me meteen de keiharde Nederlandse behandeling van onze landverraders en NSB’ers en anderen die op de één of andere manier met de nazi’s hebben samengewerkt en zijn gepakt, te binnen. Het is niet een tot optimisme stemmend boek, maar voor Wim, zo toen in 1959 de Nederlandse vertaling verscheen (nota bene met een omslagontwerp van Dick Bruna), was het een Eye-opener. Het zegt natuurlijk iets over onze visie op de strijd tegen de nazi’s waarbij veel heldhaftig en dapper is gestreden en ‘wij’ samen met de geallieerden het morele gelijk aan ‘onze’ kant hadden. Dat heeft dus ook wel een betrekkelijke kant.